Anwbexplorers.nl

Online gokken in Nederland in cijfers: spelers, accounts en verliezen

Online gokken in Nederland in cijfers: spelers, accounts en verliezen

Een miljoen spelersaccounts betekent geen miljoen mensen die gokken. En een gemiddeld maandverlies vertelt niet wat de meeste spelers kwijt zijn. Wie cijfers over online gokken in Nederland wil begrijpen, moet steeds kijken naar de meetperiode, de onderzochte markt en de definitie van een speler. Juist die details bepalen welke conclusies de gegevens ondersteunen.

De kerncijfers: spelers, accounts en verliezen

De monitoringsrapportage online kansspelen voorjaar 2026 van de Kansspelautoriteit beschrijft de tweede helft van 2025. De onderstaande cijfers gaan over aanbieders met een Nederlandse vergunning.

Onderdeel Cijfer Betekenis
Gebruikte spelersaccounts Gemiddeld 1,38 miljoen per maand Accounts waarmee daadwerkelijk werd gespeeld
Maandelijks actieve spelers Naar schatting 500.000 Mensen die in een gemiddelde maand actief waren
Spelers over het hele halfjaar Naar schatting 810.000 Mensen die gedurende die zes maanden actief waren
Brutospelresultaat €602 miljoen Inzetten minus uitgekeerde prijzen over het halfjaar
Gemiddeld verlies per speler €124 per maand Het halfjaarverlies per speler, omgerekend naar een maandbedrag

Deze aantallen zijn verschillende meeteenheden. Je kunt ze daarom niet zonder verdere uitleg onderling delen of vergelijken.

Waarom accounts geen spelers zijn

Eén persoon kan bij verschillende aanbieders een account gebruiken. Wie in dezelfde maand bij drie gokwebsites speelt, kan dus driemaal meetellen in de accountstatistiek.

Dat onderscheid speelt ook bij nieuwe accounts. Een nieuw aangemaakt account kan van iemand zijn die al jaren gokt en een andere aanbieder probeert. Het aantal nieuwe accounts vertelt daardoor niet hoeveel mensen voor het eerst zijn gaan gokken.

De Ksa bespreekt deze overlap in het onderzoeksrapport Inzicht in spelers van online kansspelen. Administraties van afzonderlijke aanbieders geven zicht op hun eigen accounts, maar leveren samen niet automatisch een telling van unieke personen op.

Een maand is iets anders dan een halfjaar

Ook de meetperiode verandert de uitkomst. Stel dat iemand alleen in juli speelt en iemand anders alleen in december. Over het halfjaar tellen beiden mee, terwijl ze nooit in dezelfde maand actief waren.

Daarom kun je zes maandelijkse spelersaantallen niet optellen om het aantal unieke halfjaarspelers te vinden. Mensen die iedere maand spelen, zouden dan zes keer meetellen.

Een vergelijking is pas bruikbaar wanneer beide cijfers dezelfde periode en dezelfde definitie gebruiken.

Hoe komen onderzoekers aan hun gegevens?

Openbare statistieken over online gokken combineren verschillende bronnen. Elke bron beantwoordt andere vragen en heeft eigen beperkingen.

Registraties van vergunninghouders

Vergunde aanbieders leveren gegevens over onder meer spelersaccounts, inzetten en prijzen. Daarmee kan de toezichthouder de geregistreerde activiteit binnen de legale markt beschrijven.

Deze gegevens omvatten niet vanzelfsprekend het gokken bij aanbieders zonder Nederlandse vergunning. Een daling binnen de vergunde markt bewijst dus op zichzelf geen daling van de totale Nederlandse gokuitgaven.

Een panel dat internetgebruik volgt

Voor schattingen van unieke spelers gebruikt de Ksa onder meer gegevens van een panel waarvan websitebezoek en appgebruik worden geregistreerd. Dat helpt om overlap tussen aanbieders te herkennen.

Het rapport Inzicht in spelers van online kansspelen beschrijft ook beperkingen: deelname is vrijwillig en niet iedereen installeert de meetsoftware op alle apparaten. Bovendien worden spelers herkend aan specifieke bezochte pagina’s; de onderzoekers zien daarmee niet iedere afzonderlijke inzet.

Een panelschatting is dus geen volledige registratie van alle Nederlandse spelers.

Bevolkingsonderzoek met vragenlijsten

Het WODC liet in 2026 opnieuw onderzoek uitvoeren naar deelname aan kansspelen. Bijna 7.000 Nederlanders van 16 jaar en ouder vulden een online vragenlijst in.

Enquêtes kunnen ervaringen en risicovol speelgedrag onderzoeken die accountgegevens niet rechtstreeks laten zien. Daar staat tegenover dat antwoorden afhangen van wat deelnemers zich herinneren en willen vertellen.

Let ook op de doelgroep: een onderzoek onder mensen vanaf 16 jaar heeft een andere basis dan een cijfer over uitsluitend volwassenen. Hetzelfde geldt voor deelname in de afgelopen twaalf maanden tegenover activiteit in één maand.

Wat betekent speelverlies?

In de Ksa-monitoringsrapportage najaar 2025 wordt het brutospelresultaat, afgekort BSR, omschreven als de som van de inzetten minus de uitgekeerde prijzen. Ook inzetten en prijzen uit bonusgeld worden meegerekend.

Een rekenvoorbeeld: bij €1.000 aan inzetten en €920 aan prijzen bedraagt het verschil €80. Het inzetbedrag is dus iets anders dan het verlies. Geld dat een speler tussendoor terugwint, kan opnieuw worden ingezet en daardoor meerdere keren in het inzetvolume voorkomen.

Het BSR is evenmin de nettowinst van de aanbieder. Belastingen en bedrijfskosten moeten daar nog uit worden betaald.

Verlies per account en verlies per persoon

Een verliesbedrag per account omvat alleen de activiteit bij dat account. Voor het verlies per persoon moeten ook andere gebruikte accounts worden meegenomen.

Daarnaast legt de najaarsrapportage van 2025 uit dat het omgerekende maandverlies per speler ook maanden zonder activiteit omvat. Dat verschilt van een gemiddelde dat uitsluitend actieve speelmaanden telt.

Wie bedragen vergelijkt, moet daarom eerst vaststellen welke personen, accounts en maanden in de berekening zitten.

Het gemiddelde laat de verdeling niet zien

Stel dat vijf spelers respectievelijk €0, €10, €20, €30 en €440 verliezen. Het gemiddelde is €100, terwijl vier van de vijf minder verliezen. De mediaan, het middelste bedrag, is €20.

Dit fictieve voorbeeld laat zien waarom beide maten nuttig zijn. De Ksa bespreekt dit onderscheid eveneens in de najaarsrapportage van 2025: grote verliezen trekken het gemiddelde sterker omhoog dan de mediaan.

Geen van beide bedragen vormt een persoonlijk verantwoord budget. Daarvoor ontbreken gegevens over onder meer inkomen, schulden en andere financiële verplichtingen.

Het aandeel legale spelers verschilt van het aandeel legaal geld

De voorjaarsrapportage van 2026 schat dat ongeveer 91% van de spelers uitsluitend bij legale aanbieders speelt. Het geschatte legale aandeel in het totale BSR bedraagt 53%.

Die percentages meten iets anders. Een relatief kleine groep kan een groot deel van de verliezen vertegenwoordigen.

Ook de meetmethode verschilt. In Zoekvolumemethode om omvang illegale markt te schatten legt de Ksa uit hoe zoekopdrachten naar gokmerken worden gebruikt om de financiële omvang van illegaal aanbod te benaderen. Dat is een modelmatige schatting, met aannames over het verband tussen zoekgedrag en gokuitgaven. Het is geen rechtstreekse optelling van alle illegale transacties.

Welke conclusies ondersteunen de cijfers?

De gegevens helpen om ontwikkelingen in deelname, accountgebruik en geregistreerde verliezen te beschrijven. Ze bewijzen op zichzelf niet waardoor een verandering ontstaat. Een daling na een beleidswijziging vraagt bijvoorbeeld aanvullend onderzoek voordat het effect volledig aan die maatregel kan worden toegeschreven.

Controleer bij een opvallend cijfer daarom steeds:

  • Gaat het om mensen, accounts, inzetten of verliezen?
  • Welke periode en leeftijdsgroep zijn onderzocht?
  • Omvat het cijfer alleen de vergunde markt?
  • Is het een registratie, een enquête-uitkomst of een modelschatting?
  • Zijn eerdere cijfers later herzien?

Zo voorkomt een kleine controle dat een groot getal een betekenis krijgt die het onderzoek niet kan dragen.